Blog

Gameverslaving????

Wat een interessante ochtend bij het CJG in Leidschenveen.

Een onderwerp wat voor veel ouders een best lastig onderwerp is. Het is ook zo nieuw, we zijn er nog zo onbekend mee en zelf niet mee opgegroeid. Social media, mobiele telefoongebruik, gamen en texting. En dat zijn nog maar een paar begrippen. De ochtend startte met een lezing over het puberbrein in combinatie met telefoongebruik en social media.
Wie kent ‘m niet, die tiener die zijn of haar huiswerk maakt, met muziek aan en misschien ook nog een filmpje op Youtube? Ik ken ze wel en roep dan ook altijd dat dat toch echt niet werkt zo…….. “voor mij,” zo blijkt uit allerlei onderzoeken. Tenminste echte onderzoeken over langere termijn zijn er nog niet want daarvoor zijn al deze begrippen en apparaten nog te kort op de markt. Maar gebleken is wel dat tieners kennelijk beter kunnen muktitasken dan wij, hun ouders, af en toe denken. De leegte die in hun hoofd blijft bestaan als ze saaie stof moeten leren, wordt opgevuld met bijvoorbeeld muziek of een filmpje op de achtergrond waardoor ze minder snel afgeleid worden door allemaal andere dingen om hen heen. Terwijl ik het typ ben ik nog bezig met het ook echt te geloven en dat zal voor meerderen van jullie gelden. Ook de uitwerking van Snapchat, Instagram en vast nog andere apps die ik nog niet ontdekt hebt, kent ook heel veel positieve aspecten. Het sociale aspect wat eraan zit maakt de wereld dichter bij elkaar en ze het onderhouden van contacten gaat makkelijker.
Ik wist al lang dat het puberbrein extra gevoelig is voor beloning en vooral gericht is op korte termijn activitieten. Dat is dan ook wat ze terug krijgen van alle likes op hun diverse accounts. Bij het krijgen van een like of een positieve reactie komt dopamine vrij en van dopamine word je gelukkig.
Natuurlijk is ook gebleken dat buitensluiting of negatieve feedback ook uitwerkingen heeft. Maar de positieve effecten zijn groter dan de negatieve.
Ik werd steeds een stukje geruster tijdens deze lezing over een telefoongebruik van mijn eigen jongens thuis.

Daarna een bijeenkomst over gameverslaving. Op zich niet eens veel nieuws geleerd maar wel dat we het bij ons thuis aardig doen. Belangrijk om te beseffen; Wanneer spreek je van een verslaving? Dat is als het “normale” leven eronder lijdt. Als je niet meer kan functioneren door het gamen, of juist niet meer zonder kan functioneren. Het was ook zeker goed om eens goed na te denken over alle positieve aspecten die gamen biedt. Vaak gamen jongeren tegenwoordig online met elkaar, soms wordt er ook nog wel Engels gesproken, je moet samenwerken om met elkaar het beste te presteren en daarbij ook heel belangrijk; het is gewoon ontspannend! En ontspanning is weer belangrijk omdat niemand de gehele tijd ingespannen bezig kan zijn. Wel handig is natuurlijk in de gaten te houden als ouders welke games jullie kind speelt. Sommige games hebben een grotere verslavende werking dan anderen. Bijvoorbeeld wanneer er andere spelers in je team afhankelijk van je zijn, je bijvoorbeeld letterlijk in je game in een andere wereld stapt of je onder tijdsdruk dingen moet kunnen halen om verder te komen in een game.
Dus hier dan toch nog wat adviezen.
Maak duidelijke afspraken, kinderen hebben grenzen nodig! En ja natuurlijk zullen ze boos reageren als ze moeten stoppen maar dan doen kinderen ook als ze verdiept zijn in een heerlijk boek of onder de douche vandaan moeten komen. Wees niet te overbezorgd, maar wel alert. Blijf je tiener goed in de gaten houden of hij nog voldoende afspreekt met vrienden of blijft sporten. Game zelf ook eens mee om te ervaren wat ze aan het doen zijn en toon interesse zodat je er wellicht iets van gaat begrijpen. En praat met je kind over contacten met onbekenden en net niet achterlaten van gegevens.
Voor mijn zoons pakte deze ochtend denk ik positiever uit dan ik verwacht had. Bij ons zeker geen verslaving maar wel een ontspannende hobby waar ze zich binnen de door ons gegeven kaders helemaal in uit kunnen leven!
Nadat ik dan toch het visitekaartje van Drugskompas op tafel had laten liggen, kwam de nieuwsgierige vraag van beide “Wat heb je geleerd vanmorgen over gameverslaving????”

Brenda leest… over hoogsensitieve kinderen

“Hoogsensitieve kinderen” van Esther Bergsma was hét boek wat me aangeraden werd, toen ik op een forum vroeg welk boek ik nou echt moest lezen om zo veel mogelijk te weten te komen over hoogsensitief zijn.  Het is inderdaad een zeer uitgebreid boek met uitleg, onderzoeken en ook tips om met hoogsensitieve kinderen om te gaan en om deze kinderen zo goed mogelijk te begeleiden.

Hoogsensitiviteit  is gevoeligheid voor prikkels en intense verwerking daarvan. Ongeveer één op de vijf mensen heeft deze eigenschap. En dat is precies wat het is; een eigenschap en geen stoornis. We hebben het hier over gevoeligheid voor fysieke prikkels, emotionele prikkels, nieuwe situaties en sociale situaties.

Het valt niet mee als je daar last van hebt! Stel je voor; je bent 8 jaar en bij het aankleden zit je broek niet lekker, hij zit strak en je voelt van alles. Je wilt graag stroop op brood maar deze is net vandaag op dus je eet je boterham met iets wat je net minder lekker vindt. Onderweg naar school hoor je twee mensen op een onaardige manier tegen elkaar praten, op het schoolplein fietst er bijna een leerling tegen je aan en bij de klasdeur staan er zoveel ouders dat je er bijna niet tussendoor kan. Al deze prikkels komen bij een hoogsensitief kind meer en harder binnen. En dan moet de dag nog beginnen. Letterlijk met een hoofd vol prikkels en ondertussen misschien ook wel een lijf vol prikkels moet dat kind aan de rekenles of taalles starten. Dat is een pittige opgave.
Ik noem zo maar wat voorbeelden van prikkels waar deze kinderen gevoelig voor zijn. Natuurlijk zitten er prikkels bij die voor ieder kind vervelend kunnen zijn, voor deze kinderen echter wordt het meestal geen opstapeling van prikkels.

Voor hoogsensitieve kinderen is het “begrijpen” heel belangrijk. Het is fijn als zij zelf meer begrijpen wat er bij hen gebeurt, maar helemaal fijn is het als de directie omgeving, meestal ouders en leerkracht, ook op de hoogte zijn van wat er gebeurt en daar begrip voor kunnen tonen.  Begrip tonen is iets heel anders dan alles goedkeuren wat je kind doet.

In het boek worden heel veel voorbeelden gegeven waar hoogsensitieve kinderen last van kunnen hebben. Ook worden de verschillende karakters besproken. Het hoeven namelijk zeker niet altijd de teruggetrokken, stille kinderen te zijn. Er zijn ook hoog sensitieve kinderen die extravert en druk zijn, of steeds op zoek naar spannende situaties. Kinderen met een sterke wil, de strong willed kinderen, kunnen ook hoog sensitief zijn.

Deze kinderen harden tegen de maatschappij heeft geen zin. Het is dan net of ze hun gevoeligheid moeten onderdrukken. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor hun verdere ontwikkeling en zou kunnen zorgen voor lichamelijke klachten. Het is vooral belangrijk voor deze kinderen dat zij hun hoofd, lijf en gedachten steeds beter gaan leren kennen. Grenzen bewaken en aan kunnen geven waar hun grens ligt. Ook is het fijn als deze kinderen manieren hebben om weer even te kunnen ontladen. Dit kan voor ieder kind wat anders zijn, in een hoekje zitten met muziek kan voor het ene kind helpen terwijl dat voor het andere kind niks doet.

In de praktijk help ik hoogsensitieve kinderen bij het inzicht krijgen in wat er gebeurt met hen. Ik maak het inzichtelijk met diverse materialen en we gaan bekijken of we het gevoel kunnen vinden wat hoort bij dat moment dat het genoeg is wat prikkels betreft. We gaan met elkaar kijken welke manier bij het kind past om rust in te lassen en even te kunnen ontladen. We gaan probleemoplossend aan de slag om er vooral voor te zorgen dat hoogsensitiviteit een eigenschap blijft en niet hun hele leventje gaat beheersen. Bij de meeste mensen is het een eigenschap die blijft, mijn idee is, dat je dan maar beter snel kan weten hoe je een fijn en prettig leven kan hebben met deze eigenschap.  

Ook met jullie kind kan ik aan de slag gaan om te kijken wat bij hem of haar past om er zo minder last van te hebben. Er letterlijk mee om te leren gaan!

Waarom zo boos?

De bel ging, luid en duidelijk, lekker hard. Daar stond hij voor de deur met een knuffel in zijn hand, samen met zijn moeder. Hij was steeds vaker boos, heel erg boos op zijn moeder. Met zijn 5 jaar kon er dan heel wat woede los komen. De stoere jongen werboosd wat verlegen en wilde niet veel zeggen, maar vooral wel kleuren, met Duplo of Kapla spelen. Helemaal prima, zo hoefde hij mij niet steeds aan te kijken maar kon hij wel reageren op het gesprek dat moeder en ik hadden. De boosheid was er vooral als hij van de ene activiteit over moest schakelen naar de andere. Het was niet de boosheid waar we mee aan de slag gingen, maar we gingen de vaardigheid ontwikkelen om makkelijker over te schakelen. Als hij lekker zat te spelen en het was tijd om naar zwemles te gaan, was het huis te klein. En zwemles vond hij echt wel leuk!

Hij had moeite met overgangen.
Door “moeite hebben met” te gebruiken, laat je weten dat die vaardigheid nog geleerd kan worden. Dit sluit aan bij de “growth mindset” waar ik altijd mee werk.

Met elkaar hebben we hulpmiddeltjes bedacht om de overgang makkelijker te maken. En dat werkt. Hij weet nu wat er komen gaat en kan zich erop voorbereiden, doet zijn schoenen aan en pakt zijn jas en stapt in de auto! Wat een topper!

Ook hulp om er achter komen waarom jouw kind zoo boos is?Laat het me weten!

Zo ging het pesten over!

“De week tegen pesten”

Deze week is het ”Week tegen pesten.” Iedereen is er over eens dat pesten niet oké is. Maar in gesprek met mensen om mij heen wordt duidelijk dat iedereen net iets anders verstaat onder pesten. Is het pas pesten als het elke dag gebeurt door een grote groep bijvoorbeeld in de klas? Of is het al pesten als iemand een vervelende voor jou kwetsende opmerking tegen je maakt?

Gepest worden en het gevoel hebben gepest te worden is ook nog een groot verschil. Maar voor mij als juf was dat gevoel bij iemand al voldoende om er aandacht aan te besteden.
Zo had ik een groep 7 met een jongen die net was anders was dan de gemiddelde andere kinderen. Als ik mijn klas observeerde, had ik niet het gevoel dat hij echt buiten de boot viel, maar toch kwam deze jongen bijna elke dag thuis met rottige verhalen over zijn klasgenoten en daar kwamen geregeld tranen bij. Hij werd gepest!
Op een middag heb ik alle kinderen een blaadje gegeven met de opdracht deze te verkreuken. Ze mochten erop springen, het in elkaar proppen en er zelfs lelijke dingen tegen zeggen. Ook had ik één blaadje waar ik meerdere kinderen vroeg maar één kreukel in te maken.
De volgende opdracht was het blaadje weer recht te strijken, helemaal glad te maken. Als dat niet lukte mochten ze ook wel sorry zeggen tegen het blaadje. Natuurlijk lukte dit niet meer, hoe hard ze ook hun best deden er bleven kreukels in. Ik zei “En zo voelt het ook voor iemand die gepest wordt!”
De klas viel stiel. Heel stil!
IK legde uit dat iedere kreukel en vouw symbool stonden voor vervelende opmerkingen, soms niet eens echt als pesten bedoeld. Iedere rotopmerking laat een kleine schade achter. “Als iedere leerling maar 1 keer per dag iets onaardigs zegt tegen één bepaald iemand, voelt diegene zich aan het eind van de dag als dit blaadje!” Helemaal om duidelijk te maken dat het hier niet om één of twee kinderen ging die een ander moedwillig pestten.

En daarna gebeurde het mooiste! De bewuste jongen die zich gepest voelpestende, stak zijn vinger op en zei “Ik voel me vaak als het blaadje!” Wat een held, wat een moed en wat een kracht!
Daarna volgde er een mooi, open en waardevol gesprek. Dat dit een klas was met verder een hele fijne cultuur werd meteen weer duidelijk!
Ik zag de jongen opbloeien! De klas was zich bewust geworden van het gevolg van hun gedrag.
Ik had deze opdracht niet zelf bedacht, op social media had ik al meerdere keren hierover gelezen en wilde het graag gebruiken in deze situatie.

Laten we deze week weer eens extra bewust zijn welke uitwerking ons gedrag kan hebben op anderen. Maak die ene grappig bedoelde, maar rot overkomende opmerking eens niet maar maak in plaats daarvan een compliment of zeg iets aardigs en kijk wat de uitwerking zal zijn!
Laten we deze week gebruiken om daar een gewoonte van te maken, aardige dingen zeggen! Succes!

Rust in het weekend!

Op maandagochtend als de wekker gaat, klinkt deze altijd net wat vervelender dan alle andere dagen. Dat heeft niks met mijn werkzaamheden te maken maar alles met het heerlijke rustig aan doen in het weekend. Want daar is het weekend toch voor? Beetje rustig aan doen en bijkomen van de week!
Deze maandagochtend kwam ik tot de conclusie dat wij dit het afgelopen weekend helemaal verkeerd gedaan hadden…..

Afgelopen week zijn de scholen weer begonnen. Dat valt vaak niet mee na 6 weken zonder ritme.
De verandering is groot, maar er is elk jaar weer een grote groep kinderen waarvoor de verandering nog groter is. De “groep 8 verlaters” die starten op het Voortgezet Onderwijs. Er verandert zoveel!!! In groep 8 bereiden we kinderen hier iets op voor maar of je ze echt op alles kan voorbereiden? Zo moet mijn zoon ineens 11 kilometer fietsen per dag, heeft hij meer huiswerk in 1 week gehad dan de laatste drie maanden van groep 8 bij elkaar, kent hij niemand in de klas en sjouwt hij met een rugzak door de school waar je rugpijn en hopelijk dan ook nog spierballen van krijgt. Dat valt niet mee. Ik heb het afgelopen weekend veel ouders gesproken en de brugpiepers zijn moe, zoooooo moe.
Zoals mijn zoon zelf zei “Ik heb op vrijdag het laatste uur bij biologie evenveel gegaapt als de hele week bij elkaar!” En ik kan je verzekeren, ik vond dat hij die week al veel gegaapt had!

En dan terug naar de maandagochtend, hij stond moe op. Had natuurlijk geen zin in school en zag op tegen het fietsen. Het weekend was om uit te rusten, maar tussen dat beetje uitrusten door zat ons weekend veel te vol met leuke dingen, sporten en feestjes. Heel leuk maar niet zo handig. Echt een eyeopener voor mezelf.

Toen ik twee jaar geleden nog op maandag voor groep 7 stond, viel het me ook meer dan eens op dat kinderen er op maandagochtend uitgeblust bij zaten. En niet door de wel bekende “maandagochtend blues” maar omdat het weekend zo leuk was geweest met allerlei uitjes en activiteiten en dat er van tot rust komen niks gekomen was. Het weekendgesprek zat vol leuke verhalen, maar er werd ook wat af gegaapt en uitgerekt.

Kinderen zouden in het weekend wat bij moeten kunnen tanken om de nieuwe week weer fris aan te kunnen. Natuurlijk bedoel ik daar niet mee, dat ze voortdurend op de bank zouden moeten liggen en 16 uur per dag mogen gamen, maar een goede balans van wat ondernemen en even tot rust komen. Genieten van leuke dingen en voldoende energie opdoen om de schoolweek weer energiek te kunnen starten

Dus…volgend weekend wordt een weekend waarin ik hem rust gun (en ja natuurlijk ook fortnite ;-)) En de komende weken op zondagavond niks afspreken, hoe gezellig de bbq gisteren bij vrienden ook was.  Het weekend even iets minder vol plannen voor hem. Een mooie balans zoeken tussen leuke dingen, huiswerk maken en tot rust komen.

Eens kijken of de wekker volgende week maandag wat leuker klinkt!

En hoe was jullie weekend?