Blog

Nieuwsbrief 10

Mijn vorige nieuwsbrief schreef ik vlak voor de zomervakantie, ik startte mijn nieuwsbrief nadenkend over het bizarre laatste halve jaar. En nu zitten we alweer in februari van het nieuwe jaar en blijft het allemaal raar en ongewoon en zeker ook onhandig.

De laatste weken heeft weer een hoop flexibiliteit en veerkracht van mensen gevraagd. Kinderen die thuis les krijgen of thuis hun schoolwerk maken. Tieners van de middelbare school die thuis toetsen maken en net te horen hebben gekregen dat zij voorlopig nog niet mogen. Jongeren die net aan een nieuwe opleiding zijn gestart en pas een paar keer hun medestudenten hebben gezien. En ouders die soms meer ballen moeten hooghouden dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden.
Maar veerkracht lijkt er wel te zijn.

Natuurlijk waren er rellen, waar we thuis met verbazing met onze kinderen over gesproken hebben, maar dat was maar een klein groepje van Nederland. De meeste mensen zaten netjes thuis.
Flexibiliteit merk ik ook bij de kinderen, elke keer moeten zij zich weer aanpassen aan nieuwe situaties. Daarin zijn de meeste kinderen behoorlijk gegroeid. En wellicht moeten we meer kijken naar welke groei kinderen hebben doorgemaakt op andere vlakken dan steeds weer naar achterstanden. Veel kinderen hebben geholpen met koken of andere huishoudelijke klusjes.

Ik heb vanaf de zomervakantie niet stil gezeten. Naast dat er voldoende kinderen zijn, die ik op wat voor manier dan ook ondersteun, heb ik ook weer van alles bij geleerd.

Veel kinderen kunnen niet meer (lang) stil zitten en in een klas met 30 kinderen is dat best wel eens lastig. In een zeer interessante workshop leerde ik veel over “wiebelen en friemelen.” Soms hebben kinderen letterlijk beweging nodig om tot leren te komen, hun lijf vraagt erom. Dus als we ze willen laten leren, zullen we ze moeten laten wiebelen en friemelen.
Ik vertel kinderen altijd dat we iets moeten zoeken waar ze hun hoofd niet bij nodig hebben, want je hoofd heb je nodig voor de lesstof. Denk dan dus aan een veter of stukje touw van zo’n 70 cm, of aan een apart blaadje waar ze op mogen doedelen of een tangel die je alle kanten op kan bewegen. Alles ligt hier in de praktijk, kinderen nemen het mee naar school en in mijn klas hebben sommige ook al een veter. Natuurlijk wel even goed uitleggen wat wel en niet mag. Ik wil natuurlijk geen veters om nekken zien 😉

Ook heb ik een cursus gevolgd over concentratieproblemen, die sluit daar zo mooi bij aan. Tegenwoordig roepen veel kinderen dat ze zich niet kunnen concentreren of concentratieproblemen hebben. Maar spelen ze een spelletje op hun telefoon of kijken ze een filmpje zijn ze niet te bereiken. Mooie concentratie! Ze kunnen het!!!!
Dus als het op school niet lukt, ga dan op zoek naar de oorzaak. En dat kunnen er best wat zijn. Bijvoorbeeld zoals hierboven beschreven; het lijf dat niet mee werkt, faalangst omdat ze bang zijn het niet te kunnen begrijpen, verveling omdat het te makkelijk is kunnen eruit zien als concentratieproblemen. Ook organisatieproblemen kunnen er zo uitzien. Fijn om daar kinderen en ouders nog beter bij te kunnen ondersteunen.

Mooi nieuw materiaal word ik ook erg blij van. Zo heb ik voor vergroten van zelfvertrouwen het Complimentenspel en Schatgravers aangeschaft. Bij Schatgravers ga je op zoek naar je kwaliteiten, je schatten, gecombineerd met opdrachtjes met betrekking tot positief denken. Leuk om met kinderen te doen, helemaal leuk om er 1 ouder bij te vragen. De complimentjes vliegen je om de oren!


Ook weer een paar waardevolle boeken erbij die ik al eens deelde op mijn website of socials. Met jongere kinderen werkt het goed om verhalen te vertellen waar ze zich zelf in herkennen, maar ook oudere kinderen vinden het heerlijk als ik zo’n verhaal voorlees.
Een voorleesboekentip is toch echt wel “Hier zijn Ari en Loek” van Yvonne de Vries. Eigenlijk een beetje de moderne Jip en Janneke uit een samengesteld gezin. Als ik hieruit de bepaalde verhaaltjes voorlees merk ik een feest van herkenning bij kinderen. Zeker een aanrader voor thuis!


Na zo’n lange nieuwsbrief ben ik me er weer van bewust dat ik wat vaker de tijd moet nemen voor een nieuwsbrief om deze wat korter en overzichtelijker te houden. Dus laat dan mijn voornemen zijn dat ik jullie over niet al te lange tijd vertel over mezelf als “Gelukscoach” Wat een leuk traject is dat ook weer!!
En leuke dingen word ik blij van en dat kan ik wel gebruiken.

Om af te sluiten gebruik ik mijn ooms favoriete uitspraak “Blijf Blij!”

Wat hebben kinderen nodig om tot groei te komen?

Als ik aan kinderen vertel waarom ik juf ben geworden en zo graag met kinderen werk, vertel ik altijd dat ik het zo mooi vind om kinderen te helpen met groeien en te zien groeien. Groeien in hun vaardigheden, groeien in zelfvertrouwen, groeien tot wie ze willen zijn of willen worden. Zoals je ziet zijn er vele manieren van groei. Maar wat hebben kinderen nou echt nodig om te groeien? Aangezien ik daar wel nog meer over wilde weten, volgde ik een webinar via Platform Mindset en daarover gaat dit blog.

Het antwoord op de vraag wat kinderen nodig hebben om tot groei te komen is volgens deskundige James Nottingham “Self-Efficacy” en het lastig hieraan is meteen dat er niet een echt goede vertaling is naar het Nederlands. Het beste omschrijf ik het met “het vertrouwen te hebben dat je in staat bent om je eigen groei te beïnvloeden.” Het vertrouwen dat je de kwaliteiten hebt om ergens beter in te worden. Het vertrouwen dat je dingen kunt aanpakken om “eruit ”te komen door de kwaliteiten die je bezit. Die kwaliteiten zijn erg divers. Voor bijvoorbeeld rekenen hoeven dat helemaal niet alleen maar rekenvaardigheden te zijn, maar denk bijvoorbeeld ook aan motivatie, doorzettingsvermogen, uitdagingen aangaan enzovoorts.

Self efficacy is wat anders dan zelfvertrouwen. Bij zelfvertrouwen gaat het meer om de waarde die je jezelf geeft en bij self efficacy gaat het erom hoeveel invloed je zelf denkt te hebben op situaties. Kan jij de uitkomst bepalen?
Zelfvertrouwen is natuurlijk ook heel belangrijk en het beste werkt het als beide goed ontwikkeld zijn.

Bijna alle kinderen die bij mij in de praktijk komen zeggen heel netjes dat fouten maken hoort bij leren en dat dat niet erg is. Maar zeggen of voelen en geloven is iets heel anders, al denk ik dat er bij het zeggen wel al een goed uitgangspunt aanwezig is. En ongemerkt geven wij, als opvoeders, onze kinderen dat mee. De hele maatschappij is erg prestatiegericht. Na een toets lijkt het cijfer nog steeds het belangrijkste want dat komt op je rapport en dat bepaalt of je succesvol genoeg bent om naar een volgend niveau te gaan. Er wordt te weinig gekeken naar welke vaardigheden je ingezet hebt om te leren of jezelf de stof eigen te maken en helaas vaak ook niet naar de persoonlijke groei ten opzichte van een vorige toets.

Maar hoe kunnen we onze kinderen Self Efficacy bij brengen? Ten eerst door onze kinderen uitdagingen aan te laten gaan en ze te stimuleren uit te zoeken hoe ze die het beste aan kunnen gaan, welke vaardigheden zijn daarvoor nodig? En ze te laten geloven dat als ze willen dat het kan! We ondersteunen ze hierbij maar laten hen de stappen zelf zetten, met onze support en geloof dat zij dat kunnen.
We kijken naar het proces en de groei ervan en niet zozeer naar het eindresultaat. Zo leren we aan kinderen dat groei altijd mogelijk is, altijd!
Er ontstaat succes wat leidt naar meer self efficacy en meer self efficacy leidt weer naar meer succes. De cirkel is rond!

De leerkuil

De poster van de Leerkuil, de Learning Pit, zoals bedenker James Nottingham deze heeft genoemd, helpt mij bij deze uitleg in de praktijk. Om tot diep leren te komen is er vaak een moment dat het moeilijk lijkt of is. Op dat moment leren doorzetten is belangrijk, dan kom je er met meer kennis en vaardigheden weer uit. Is dat moment er niet, is de uitdaging niet groot genoeg en wordt er eigenlijk niet geleerd.
Waar we in het onderwijs altijd graag onze leerlingen instructie geven zegt James Nottingham juist gebruik de “Ready- Fire- Aim” methode. Pas als je gevuurd hebt kun je beter richten omdat je weet hoe je moet richten. Dan kan je van je gemaakte fouten leren en het de volgende keer anders doen.

Wil je dat jouw kind groeit? Help je kind dan vooral door wat meer te letten op het proces dan op het eindresultaat. Laat je kind fouten maken en laat hem hiervan leren. Leer je kind dat er bij alles groei mogelijk is en wijs ze op deze groei. Welke stappen waren nodig om tot groei te komen. En geef je kind uitdagingen; als hij gewend is om “vrijwillig” in de leerkuil te zitten zal hij ook weten te handelen als hij er een keer noodgedwongen zit.

Ik denk dat juist in deze tijd, waarbij we denk ik allemaal wel eens onderin die leerkuil zitten en even niet meer weten hoe we verder moeten, het goed is om te ervaren dat we de vaardigheden en kwaliteiten bezitten om ook deze keer weer de leerkuil uit te komen.
We can figure this out!!!!

Wil je meer weten over complimenten geven die nog meer effect hebben dan de complimenten die je nu geeft? Lees het blog “Wat ben je hard aan het werk!”

Dag van de scheiding

Vandaag is het “De dag van de scheiding”. Natuurlijk niet in het leven geroepen om op deze dag te gaan scheiden maar met als doel het proces van een scheiding tussen ouders te verbeteren.
Jaarlijks scheiden er zo’n 35.000 stellen, achteraf zegt 44% daarvan dat ze de scheiding anders hadden moeten regelen. 67,5 % heeft angst voor de negatieve gevolgen voor de kinderen. Moeders maken zich gemiddeld iets meer zorgen over het welzijn van hun kind terwijl vaders zich vaker zorgen maken over de band met hun kinderen. Dat valt allemaal niet mee.

Deze situatie is voor kinderen een heftige situatie, ze moeten door een tijd waar alles verandert en er vaak beslissingen genomen worden waar zij mee te maken krijgen. Ouders die ruzie maken, ouders die verdriet hebben, verhuizingen en nieuwe partners en soms zelf al partners met kinderen.
En kinderen moeten hier allemaal mee om zien te gaan. Vaak zitten ouders zelf in een emotioneel proces waar geen ruimte is voor emoties van hun kinderen, hoe graag ze dat ook wel zouden willen kunnen. Voor kinderen geldt dat er vaak een loyaliteitsconflict optreedt. Kinderen maken het namelijk graag hun ouders naar de zin. Maar als ouders niet meer op één lijn zitten wat moet het kind dan zeggen, denken en voelen. Bij jongens komt het nogal eens voor dat als vader niet meer thuis woont, de zoon vindt dat hij nu verantwoordelijk is. Meisjes gaan in een mannenhuishouding meer zorgen. Of kinderen gaan zich zorgen maken om de financiële situatie.

Voor kinderen is het vaak lastig om met een ouder te bespreken wat zij echt voelen en denken, omdat zij de ouder er niet mee willen belasten. Wat is het dan fijn voor kinderen om langs te komen bij me. Gewoon tijdens enkele sessies hun hart luchten en kijken hoe het voor hen weer helder wordt in hun hoofd. Door verschillende werkvormen te gebruiken kunnen ze verder in het rouwproces van de scheiding, afscheid nemen van de gezinssituatie die nooit meer terug komt. En als dat nodig is kunnen we altijd met ouders erbij om de tafel om te kijken waar het kind tegenaan loopt.

Samen de beslissing maken om uit elkaar te gaan is prima, maar maak dan ook samen de beslissing het zo fijn mogelijk te maken voor jullie kinderen.

Executieve functies

Executieve functies…… misschien heb je deze term al vaker gehoord en misschien ook niet. Ik verdiep me er al langere tijd in. Ik wilde weten waarom het de ene leerling wel lukt om alles te plannen terwijl het de ander niet lukt? Waarom smijt het ene kind het hele bordspel door de kamer bij verliezen en blijft de ander zittenen kan nog gefeliciteerd tegen de winnaar zeggen ook? Dit zijn slechts twee voorbeelden van processen waarbij een kind of tiener een beroep doet op de executieve functies.

Executieve functies is een neuro psychologisch begrip dat verwijst naar vele cognitieve processen. Denk hierbij aan plannen, starten met huiswerk of een taak, volgehouden aandacht en motivatie, werkgeheugen en nog veel meer. Processen waar vooral leerlingen op het middelbaar onderwijs veel mee bezig zijn. Processen waar ook veel leerlingen op het middelbaar onderwijs last van hebben.

Dat is ook niet zo gek. Deze ontwikkeling start al vlak na de geboorte maar gaat door tot na het 20ste levensjaar. Maar net zoals als een heleboel ontwikkelingen, ontwikkelen deze functies zich niet bij iedereen in dezelfde snelheid. Sterker nog, er zijn ook executieve functies die bij volwassenen nog steeds niet helemaal goed ontwikkeld zijn. Dat hoeft zeker geen probleem te zijn, aangezien je dat vaak al van jezelf weet en je weet hoe je daarmee om kan gaan.

Kinderen met zwakke executieve functies zijn o.a. vaak heel verward, vergeetachtig, opvliegerig of snel afgeleid. Ze hebben hun spullen niet op orde, hebben hun werk niet op tijd af en kunnen zichzelf er niet toe zetten om aan de slag te gaan. Heel herkenbaar denk ik voor veel ouders. En uit ervaring weet ik dat er al menig leerling helemaal op vast gelopen is. Dat is jammer.
Toch kunnen ze er niet zoveel aan doen. De executieve functies bevinden zich in de hersenen direct achter het voorhoofd, de frontaalkwab, vanuit daar moet het geregeld gaan worden. Wetende dat de hersenen zich van achter naar voren ontwikkelen, zijn de executieve functies dus als laatst aan de beurt. En al vroeg op de basisschool leren we en verwachten we van kinderen veel van deze vaardigheden. Dat we het ze aanleren is alleen maar goed, maar we kunnen niet verwachten dat alle leerlingen dingen als plannen, organiseren en zichzelf aan het werk zetten zonder meer kunnen. Ze hebben daar een hoop hulp bij nodig. Er is ook bekend dat de hersenen zich tijdens de puberteit heel wisselend ontwikkelen. Vaardigheden die kinderen bijvoorbeeld op hun 12de prima kunnen, kunnen op hun 16de dus ineens een probleem zijn. Er wordt precies in dat stukje hersenen hard gewerkt dus het functioneert even wat minder goed.

Maar er is hoop!!! Met coaching kan je veel bereiken wat de executieve functies betreft. Dat kan het aanleren zijn, maar soms ook trucjes hoe je kan omzeilen dat het opvalt dat het wat minder ontwikkeld is. Dat begint met inzicht krijgen in wat je sterkte executieve functies zijn en wat je zwakste. Vanuit daar kunnen we gaan werken.
Executieve functies hebben mijn interesse al een tijdje en de komende tijd zal ik me verder in deze functies gaan verdiepen zodat ik hopelijk in het nieuwe schooljaar met een plan kan komen om veel leerlingen hier gericht met coaching bij kan gaan helpen.
Ik zal er regelmatig een stukje over plaatsen zodat jullie steeds meer kennis krijgen in deze executieve functies en wellicht ook meer begrip voor als het weer eens mis gaat bij je zoon of dochter!

Brenda leest…. korte lontjes

Wat een interessant boek “Korte lontjes” van Hans Kaldenbach. Geschreven in de vorm van 99 tips voor het omgaan met jongeren in de klas. Nou sta ik zelf voor groep 4 en die vallen natuurlijk nog niet onder de categorie “jongeren” , maar in mijn praktijk werk ik wel met jongeren en via mijn zoons hoor ik veel verhalen over het middelbaar onderwijs en situaties in de klas. Dus ik was meteen geïnteresseerd.

In het boek wordt uitgelegd dat de jongeren zijn veranderd en natuurlijk hebben opvoeders daar direct en indirect aan mee gewerkt. Jongeren zijn steeds minder autoritair gezag gewend zijn. Hij noemt het verticaal gezag↑ (van bovenaf) en horizontaal gezag↔(meer horizontaal dus naast elkaar). Jongeren lijken een stuk minder onder de indruk te zijn van gezag dan “vroeger.” Hij legt in dit boek heel goed uit dat leerkrachten van nu wel vast kunnen houden aan de “ouderwetse” manier van lesgeven, maar dat dat niet erg succesvol zal zijn. En inderdaad zullen veel mensen/leerkrachten nu denken “Jongeren kunnen het niet meer aan, dus moet ik me aanpassen?” Nou ja, hij noemt het dan slim inspelen op, strategisch zijn en doelgericht reageren. En natuurlijk gaan jongeren dan weer gewoon naar je luisteren en gewoon weer doen wat jij als leerkracht wilt. Je krijgt ook meer inzicht op waarom “macho’s” op een bepaalde manier reageren, waar komt dat gedrag vandaan. En hoe kan je er het beste mee omgaan zodat het uiteindelijk de meeste winst oplevert.

Er worden communicatievormen vergeleken met judo en karate en er wordt heel goed uitgelegd hoe je conflicten kunt bepreken. Het laatste stukje over vechtpartijen op school sprak mij zeker aan. Hoe kan je als school vechtpartijen beïnvloeden en leerlingen laten inzien wat hun aandeel is in een vechtpartij?

Ik vind dit een boek wat eigenlijk veel leerkrachten op het Voortgezet onderwijs eens zouden moeten lezen (het leest makkelijk weg) en er zeker hun voordeel mee doen!