Blog

Brenda leest…Ik snap het wel maar niet zo snel…

Het boek heet voluit: “Ik snap het wel, maar niet zo snel….. Wat kun je doen voor kinderen met een langzame informatieverwerking?”
Steeds vaker hoor ik over een langzame informatieverwerking en ik dacht dat ik me er wel wat bij voor kon stellen maar of die aanname klopte wist ik niet zeker. Ik zag dit boek voorbij komen en was meteen nieuwsgiering.
Het boek heeft mij een hoop meer duidelijkheid gegeven over wat een langzame informatieverwerking is en dat het meer is dan dat deze kinderen een tweede keer uitleg nodig hebben.

De verwerkingssnelheid is eigenlijk een zeer complex proces en wordt op verschillende manieren uitgelegd en ook gemeten. Het heeft te maken met de snelheid waarop mensen informatie kunnen verwerken met de verschillende zintuigen. Het gaat daarbij om visuele verwerking, verbale verwerking en motorische verwerking. De langzame informatieverwerking valt vooral op omdat onze cultuur gericht is op snelheid; we willen dingen graag snel en efficiënt doen. En dat is nou precies waar deze mensen moeite mee hebben. Om de verwerking te meten worden vaak testen en onderzoeken gebruikt waarbij op tijd gewerkt moet worden.

Waaraan herken je een kind met een langzame verwerkingssnelheid? Dit zijn de kinderen die vaak als laatste klaar zijn. En dan niet alleen met hun taalwerk of rekenwerk maar ook met lunchen, spullen bij elkaar pakken om naar school te gaan, aankleden en klaar zitten voor een les.
Kinderen waar je als ouder vaak tegen zegt, of soms zelfs tegen schreeuwt, dat het eens wat sneller moet zijn en zijn best moet doen. Kinderen waarvan je snel het idee krijgt dat ze lui zijn of ongeïnteresseerd. Maar let op: deze kinderen kunnen echt niet anders. Hun hersenen werken echt net anders dan die van kinderen met een gewone verwerkingssnelheid. Het heeft te maken met de neurotransmitters, myeline en de grootte van de synaptische ruimtes. Een best wel ingewikkeld verhaal maar erg interessant, nogmaals de hersenen werken dus echt anders. Dit wordt op een zeer begrijpelijke wijze uitgelegd in het boek.

Als je kijkt naar de verschillende verwerkingsgebieden weet je dus nu ook meteen dat het effect kan hebben op de algehele ontwikkeling van het kind. Iets op het bord zien, lezen en moeten overschrijven vergt echt meer tijd, het zoeken van spullen in een overvolle kast is echt heel moeilijk en woorden en letters zien en omzetten tot gesproken taal zal langzamer ontwikkelen en dit zijn natuurlijk slechts enkele voorbeelden. De motorische verwerking heeft niet te maken met of je hard kan rennen of niet, het gaat vooral om de motorische handeling die volgt op een instructie. Bijvoorbeeld om iets te pakken of aan te geven.
Ik zou ouders met een kind met langzame verwerkingssnelheid, of die zelf een langzame verwerkingssnelheid hebben, echt aanraden dit boek te lezen. Dit boek helpt ouders echt van begin tot het eind. Ik ben niet altijd een voorstander van “labels plakken” op kinderen maar voor de verwerkingssnelheid is het echt erg zinvol omdat je dan weet wat er speelt en je als ouder daar adequaat mee om kan gaat.

Dit boek legt je uit hoe je met de drie A’s je kind heel veel verder kan helpen. Die staan voor accepteren, aanpassen en advocaat spelen voor je kind. Er staan in dit boek heel veel praktische tips uitgelegd aan de hand van voorbeelden zodat je deze goed kan toepassen aan je eigen situatie en waarmee je je kind dus echt kan ondersteunen.
Het boek is ook voorzien van checklists zodat je zelf dingen kan onderzoeken of dat van toepassing is op jullie kind, of dat nou voor een onderzoek is of na het onderzoek.

Een leven met een langzame verwerkingssnelheid hoeft een succesvol leven niet in de weg te staan. Maar als niemand je begrijpt en je steeds negatieve opmerkingen hoort, kan dat op de lange duur een succesvol leven wel in de weg staan. Dit doet namelijk wat met je zelfvertrouwen en zelfbeeld en deze schade kan groter zijn dan een langzame verwerkingssnelheid uiteindelijk zal zijn.

Echt een aanrader dus dit boek, voor leerkrachten, voor ouders van kinderen waarbij een langzame verwerkingssnelheid al is vast gesteld en voor ouders van kinderen die altijd langzaam zijn! Laat je het aan me weten als je het gelezen hebt en of het jullie verder geholpen heeft?

Brenda leest…Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen

HET boek over opvoeden!!

…. En je kinderen blij zijn dat jij het doet. Op de kaft staat dat het een internationale bestseller is en dat begrijp ik, want het is zeker een waardevol boek als het gaat om opvoeden.

Het belangrijkste woord in dit boek is communicatie. Communicatie in de opvoeding tussen jou en je kind op welke leeftijd dan ook.
En dat begint al als de baby nog in je buik zit, dan start dit al. Communicatie kan ook non-verbale communicatie zijn; hoe voel jij je als je baby in de buik zit? Geef je je baby daar het gevoel dat het gewenst is? Ben je blij met je zwangerschap? Hier dacht ik terug aan mijn twee zwangerschappen; mijn jongens waren zeker heel erg gewenst, maar vond ik het de leukste, mooiste tijd? Nee helaas dat geldt niet voor mij, ik had soms best moeite met de omvang van mijn lijf en alles wat er gaande was met mij. Hopelijk heb ik ze daar onbewust dus niks over mee gegeven….

Bij het lezen van de babytijd had ik wel door dat wij deze periode volgens dit boek niet erg goed gedaan hadden. Onze jongens waren geen makkelijke slapers en wij hebben ze echt wel geregeld wat langer laten huilen. Dit boek geeft aan dat als een baby huilt de baby communiceert en dat als je het laat huilen je eigenlijk aangeeft dat zijn gevoelens of wil tot communiceren er niet toe doen. Ik heb het even nagevraagd maar beide jongens hebben nou niet het idee dat ze daar schade door hebben opgelopen; gelukkig maar!

Ik denk dat de jaren daarna hier thuis wat makkelijker waren en we juist wel heel goed steeds keken naar wat ze nodig hadden. Veel spelletjes, knutselen, gekke trucjes om ze te laten eten en vooral niet te streng zijn als ze een keer niet willen eten. Dat is de strekking van het boek; vooral kijken wat je kind nodig heeft! Dit wil niet zeggen dat je je kind altijd hoeft te geven wat je denkt dat het nodig heeft. Wel belangrijk is dat je aangeeft dat je door hebt dat je kind iets erg graag wilt maar dat dat niet mogelijk is of nu niet mogelijk is. En zo leert je kind en ervaart hij dat jij er voor hem zal zijn.

Het gedeelte over tieners was in dit boek niet zo lang, voor het mooie las ik het dus een jaar of 17 te laat. Tieners in huis hebben is niet altijd makkelijk, toch denk ik als je open staat voor wat deze schrijfster erover verteld je het iets makkelijker kan hebben. Zo geeft zij bijvoorbeeld aan dat alle tieners wel een keer liegen. Ja, ook als je nu denkt dat die van jou dat nooit zal doen. Het hoort ook wel bij hun ontwikkeling, dingen achterhouden en dingen voor zichzelf houden. Of ze verdraaien de boel een beetje om het minder erg te laten lijken, hun straf te verlagen. Het zou mooi zijn als je eerdere opvoeding al op communicatie gebaseerd is want dan kan je hier door pakken. Blijf in gesprek met je tiener en probeer niet alleen maar dingen op te leggen maar probeer ze duidelijk te maken vanuit welk standpunt je dat doet. Vanuit jouw zorgen, of vanuit jouw angst. Hou het bij jezelf.
Dus in plaats van “Jij bent nog te jong voor de kroeg!” vertel je dat jij er nog niet klaar voor bent om ze naar de kroeg te laten gaan, om ze bloot te stellen aan al het gevaar en die wereld. Of het dan zo werkt dat iedere tiener dan ook echt niet gaat, vraag ik me oprecht af. Ik denk dat op deze manier communiceren vooral bijdraagt aan het in zijn waarde laten van je tiener.

Ga ook vooral eens terug naar je eigen jeugd, bedenk hoe jij je ouders om de tuin hebt geleid en stiekem toch deed wat je eigenlijk niet mocht. Of waar je maar een stukje van de waarheid hebt verteld. En bedenk wat een fijne tijd je daardoor hebt gehad en hoe je jezelf hebt kunnen ontwikkelen tot wie je nu bent!
De puberteit is een zoektocht naar eigen individu, vaak in eerste instantie iets anders dan hun ouders. Die zoektocht hebben ze nodig om erachter te komen wie ze zijn, zullen worden.
Belangrijk is dat je doet wat je zegt en zegt wat je doet. Ze moeten weten dat je het meent en het ook zal doen. Rustig blijven is ook een kunst, maar wel een belangrijke. Kinderen en dus ook tieners kopiëren gedrag snel en wat je geeft zal je dus ook terug krijgen!

Voor mij was dit boek een mooie opfrisser en natuurlijk pas ik dan altijd meteen weer tips en trucs toe. Soms werkt het en voelt het goed en soms vragen ze of ik weer een boek gelezen heb en hebben we er lol om!
Heb je jonge kinderen en wil je wat extra handvatten over hoe de opvoeding ook kan, vind ik het zeker een aanrader! Lees het en doe er je voordeel mee, en je kinderen dus ook!

En laat me vooral weten wat jij ervan vindt!

Nieuwsbrief 10

Mijn vorige nieuwsbrief schreef ik vlak voor de zomervakantie, ik startte mijn nieuwsbrief nadenkend over het bizarre laatste halve jaar. En nu zitten we alweer in februari van het nieuwe jaar en blijft het allemaal raar en ongewoon en zeker ook onhandig.

De laatste weken heeft weer een hoop flexibiliteit en veerkracht van mensen gevraagd. Kinderen die thuis les krijgen of thuis hun schoolwerk maken. Tieners van de middelbare school die thuis toetsen maken en net te horen hebben gekregen dat zij voorlopig nog niet mogen. Jongeren die net aan een nieuwe opleiding zijn gestart en pas een paar keer hun medestudenten hebben gezien. En ouders die soms meer ballen moeten hooghouden dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden.
Maar veerkracht lijkt er wel te zijn.

Natuurlijk waren er rellen, waar we thuis met verbazing met onze kinderen over gesproken hebben, maar dat was maar een klein groepje van Nederland. De meeste mensen zaten netjes thuis.
Flexibiliteit merk ik ook bij de kinderen, elke keer moeten zij zich weer aanpassen aan nieuwe situaties. Daarin zijn de meeste kinderen behoorlijk gegroeid. En wellicht moeten we meer kijken naar welke groei kinderen hebben doorgemaakt op andere vlakken dan steeds weer naar achterstanden. Veel kinderen hebben geholpen met koken of andere huishoudelijke klusjes.

Ik heb vanaf de zomervakantie niet stil gezeten. Naast dat er voldoende kinderen zijn, die ik op wat voor manier dan ook ondersteun, heb ik ook weer van alles bij geleerd.

Veel kinderen kunnen niet meer (lang) stil zitten en in een klas met 30 kinderen is dat best wel eens lastig. In een zeer interessante workshop leerde ik veel over “wiebelen en friemelen.” Soms hebben kinderen letterlijk beweging nodig om tot leren te komen, hun lijf vraagt erom. Dus als we ze willen laten leren, zullen we ze moeten laten wiebelen en friemelen.
Ik vertel kinderen altijd dat we iets moeten zoeken waar ze hun hoofd niet bij nodig hebben, want je hoofd heb je nodig voor de lesstof. Denk dan dus aan een veter of stukje touw van zo’n 70 cm, of aan een apart blaadje waar ze op mogen doedelen of een tangel die je alle kanten op kan bewegen. Alles ligt hier in de praktijk, kinderen nemen het mee naar school en in mijn klas hebben sommige ook al een veter. Natuurlijk wel even goed uitleggen wat wel en niet mag. Ik wil natuurlijk geen veters om nekken zien 😉

Ook heb ik een cursus gevolgd over concentratieproblemen, die sluit daar zo mooi bij aan. Tegenwoordig roepen veel kinderen dat ze zich niet kunnen concentreren of concentratieproblemen hebben. Maar spelen ze een spelletje op hun telefoon of kijken ze een filmpje zijn ze niet te bereiken. Mooie concentratie! Ze kunnen het!!!!
Dus als het op school niet lukt, ga dan op zoek naar de oorzaak. En dat kunnen er best wat zijn. Bijvoorbeeld zoals hierboven beschreven; het lijf dat niet mee werkt, faalangst omdat ze bang zijn het niet te kunnen begrijpen, verveling omdat het te makkelijk is kunnen eruit zien als concentratieproblemen. Ook organisatieproblemen kunnen er zo uitzien. Fijn om daar kinderen en ouders nog beter bij te kunnen ondersteunen.

Mooi nieuw materiaal word ik ook erg blij van. Zo heb ik voor vergroten van zelfvertrouwen het Complimentenspel en Schatgravers aangeschaft. Bij Schatgravers ga je op zoek naar je kwaliteiten, je schatten, gecombineerd met opdrachtjes met betrekking tot positief denken. Leuk om met kinderen te doen, helemaal leuk om er 1 ouder bij te vragen. De complimentjes vliegen je om de oren!


Ook weer een paar waardevolle boeken erbij die ik al eens deelde op mijn website of socials. Met jongere kinderen werkt het goed om verhalen te vertellen waar ze zich zelf in herkennen, maar ook oudere kinderen vinden het heerlijk als ik zo’n verhaal voorlees.
Een voorleesboekentip is toch echt wel “Hier zijn Ari en Loek” van Yvonne de Vries. Eigenlijk een beetje de moderne Jip en Janneke uit een samengesteld gezin. Als ik hieruit de bepaalde verhaaltjes voorlees merk ik een feest van herkenning bij kinderen. Zeker een aanrader voor thuis!


Na zo’n lange nieuwsbrief ben ik me er weer van bewust dat ik wat vaker de tijd moet nemen voor een nieuwsbrief om deze wat korter en overzichtelijker te houden. Dus laat dan mijn voornemen zijn dat ik jullie over niet al te lange tijd vertel over mezelf als “Gelukscoach” Wat een leuk traject is dat ook weer!!
En leuke dingen word ik blij van en dat kan ik wel gebruiken.

Om af te sluiten gebruik ik mijn ooms favoriete uitspraak “Blijf Blij!”

Wat hebben kinderen nodig om tot groei te komen?

Als ik aan kinderen vertel waarom ik juf ben geworden en zo graag met kinderen werk, vertel ik altijd dat ik het zo mooi vind om kinderen te helpen met groeien en te zien groeien. Groeien in hun vaardigheden, groeien in zelfvertrouwen, groeien tot wie ze willen zijn of willen worden. Zoals je ziet zijn er vele manieren van groei. Maar wat hebben kinderen nou echt nodig om te groeien? Aangezien ik daar wel nog meer over wilde weten, volgde ik een webinar via Platform Mindset en daarover gaat dit blog.

Het antwoord op de vraag wat kinderen nodig hebben om tot groei te komen is volgens deskundige James Nottingham “Self-Efficacy” en het lastig hieraan is meteen dat er niet een echt goede vertaling is naar het Nederlands. Het beste omschrijf ik het met “het vertrouwen te hebben dat je in staat bent om je eigen groei te beïnvloeden.” Het vertrouwen dat je de kwaliteiten hebt om ergens beter in te worden. Het vertrouwen dat je dingen kunt aanpakken om “eruit ”te komen door de kwaliteiten die je bezit. Die kwaliteiten zijn erg divers. Voor bijvoorbeeld rekenen hoeven dat helemaal niet alleen maar rekenvaardigheden te zijn, maar denk bijvoorbeeld ook aan motivatie, doorzettingsvermogen, uitdagingen aangaan enzovoorts.

Self efficacy is wat anders dan zelfvertrouwen. Bij zelfvertrouwen gaat het meer om de waarde die je jezelf geeft en bij self efficacy gaat het erom hoeveel invloed je zelf denkt te hebben op situaties. Kan jij de uitkomst bepalen?
Zelfvertrouwen is natuurlijk ook heel belangrijk en het beste werkt het als beide goed ontwikkeld zijn.

Bijna alle kinderen die bij mij in de praktijk komen zeggen heel netjes dat fouten maken hoort bij leren en dat dat niet erg is. Maar zeggen of voelen en geloven is iets heel anders, al denk ik dat er bij het zeggen wel al een goed uitgangspunt aanwezig is. En ongemerkt geven wij, als opvoeders, onze kinderen dat mee. De hele maatschappij is erg prestatiegericht. Na een toets lijkt het cijfer nog steeds het belangrijkste want dat komt op je rapport en dat bepaalt of je succesvol genoeg bent om naar een volgend niveau te gaan. Er wordt te weinig gekeken naar welke vaardigheden je ingezet hebt om te leren of jezelf de stof eigen te maken en helaas vaak ook niet naar de persoonlijke groei ten opzichte van een vorige toets.

Maar hoe kunnen we onze kinderen Self Efficacy bij brengen? Ten eerst door onze kinderen uitdagingen aan te laten gaan en ze te stimuleren uit te zoeken hoe ze die het beste aan kunnen gaan, welke vaardigheden zijn daarvoor nodig? En ze te laten geloven dat als ze willen dat het kan! We ondersteunen ze hierbij maar laten hen de stappen zelf zetten, met onze support en geloof dat zij dat kunnen.
We kijken naar het proces en de groei ervan en niet zozeer naar het eindresultaat. Zo leren we aan kinderen dat groei altijd mogelijk is, altijd!
Er ontstaat succes wat leidt naar meer self efficacy en meer self efficacy leidt weer naar meer succes. De cirkel is rond!

De leerkuil

De poster van de Leerkuil, de Learning Pit, zoals bedenker James Nottingham deze heeft genoemd, helpt mij bij deze uitleg in de praktijk. Om tot diep leren te komen is er vaak een moment dat het moeilijk lijkt of is. Op dat moment leren doorzetten is belangrijk, dan kom je er met meer kennis en vaardigheden weer uit. Is dat moment er niet, is de uitdaging niet groot genoeg en wordt er eigenlijk niet geleerd.
Waar we in het onderwijs altijd graag onze leerlingen instructie geven zegt James Nottingham juist gebruik de “Ready- Fire- Aim” methode. Pas als je gevuurd hebt kun je beter richten omdat je weet hoe je moet richten. Dan kan je van je gemaakte fouten leren en het de volgende keer anders doen.

Wil je dat jouw kind groeit? Help je kind dan vooral door wat meer te letten op het proces dan op het eindresultaat. Laat je kind fouten maken en laat hem hiervan leren. Leer je kind dat er bij alles groei mogelijk is en wijs ze op deze groei. Welke stappen waren nodig om tot groei te komen. En geef je kind uitdagingen; als hij gewend is om “vrijwillig” in de leerkuil te zitten zal hij ook weten te handelen als hij er een keer noodgedwongen zit.

Ik denk dat juist in deze tijd, waarbij we denk ik allemaal wel eens onderin die leerkuil zitten en even niet meer weten hoe we verder moeten, het goed is om te ervaren dat we de vaardigheden en kwaliteiten bezitten om ook deze keer weer de leerkuil uit te komen.
We can figure this out!!!!

Wil je meer weten over complimenten geven die nog meer effect hebben dan de complimenten die je nu geeft? Lees het blog “Wat ben je hard aan het werk!”

Dag van de scheiding

Vandaag is het “De dag van de scheiding”. Natuurlijk niet in het leven geroepen om op deze dag te gaan scheiden maar met als doel het proces van een scheiding tussen ouders te verbeteren.
Jaarlijks scheiden er zo’n 35.000 stellen, achteraf zegt 44% daarvan dat ze de scheiding anders hadden moeten regelen. 67,5 % heeft angst voor de negatieve gevolgen voor de kinderen. Moeders maken zich gemiddeld iets meer zorgen over het welzijn van hun kind terwijl vaders zich vaker zorgen maken over de band met hun kinderen. Dat valt allemaal niet mee.

Deze situatie is voor kinderen een heftige situatie, ze moeten door een tijd waar alles verandert en er vaak beslissingen genomen worden waar zij mee te maken krijgen. Ouders die ruzie maken, ouders die verdriet hebben, verhuizingen en nieuwe partners en soms zelf al partners met kinderen.
En kinderen moeten hier allemaal mee om zien te gaan. Vaak zitten ouders zelf in een emotioneel proces waar geen ruimte is voor emoties van hun kinderen, hoe graag ze dat ook wel zouden willen kunnen. Voor kinderen geldt dat er vaak een loyaliteitsconflict optreedt. Kinderen maken het namelijk graag hun ouders naar de zin. Maar als ouders niet meer op één lijn zitten wat moet het kind dan zeggen, denken en voelen. Bij jongens komt het nogal eens voor dat als vader niet meer thuis woont, de zoon vindt dat hij nu verantwoordelijk is. Meisjes gaan in een mannenhuishouding meer zorgen. Of kinderen gaan zich zorgen maken om de financiële situatie.

Voor kinderen is het vaak lastig om met een ouder te bespreken wat zij echt voelen en denken, omdat zij de ouder er niet mee willen belasten. Wat is het dan fijn voor kinderen om langs te komen bij me. Gewoon tijdens enkele sessies hun hart luchten en kijken hoe het voor hen weer helder wordt in hun hoofd. Door verschillende werkvormen te gebruiken kunnen ze verder in het rouwproces van de scheiding, afscheid nemen van de gezinssituatie die nooit meer terug komt. En als dat nodig is kunnen we altijd met ouders erbij om de tafel om te kijken waar het kind tegenaan loopt.

Samen de beslissing maken om uit elkaar te gaan is prima, maar maak dan ook samen de beslissing het zo fijn mogelijk te maken voor jullie kinderen.